De toren beweegt in rechte lijnen: horizontaal of verticaal, zo ver als hij wil (zolang het veld vrij is).
De loper beweegt schuin (diagonaal), ook zo ver als hij wil. Een loper blijft altijd op velden van dezelfde kleur.
Oefening: speel de toren van a1 naar a5.
En nu de loper: speel de loper van c1 naar g5.